Overslaan en naar de inhoud gaan

Over de geboorte van Akindo: ‘Zelfs in de naam stond het kind centraal’

In gesprek met Cecile Ochelen, monitrice van het eerste uur bij Lommels vakantiemaker | 29 mei 2020

Zelf realiseerde ze het zich niet onmiddellijk, maar door haar 80 jaar behoort ze deze dagen wel degelijk tot de 'kwetsbare generatie’. In 1966 was zij het die zich inzette om kansarme kinderen een vakantie te laten beleven, al was het woord ‘kansarm’ nog niet uitgevonden. Cecile Ochelen, mijn mama, stond mee aan de wieg van Akindo vzw, en ze vertelt mij erover nu daar door een vreemde crisis plots tijd, goesting, en een aanleiding voor is. Ondanks de door laptopschermen overbrugde afstand, was het misschien wel ons langste ononderbroken gesprek in jaren.

Kristien en Cecile
 

Praten is goed, maar laten we ook iets doen!

Cecile: ‘Als jonge twintiger sloot ik me aan bij de KJM, de Katholieke Jongeren uit de Middengroepen. Ik deed mee omwille van de interessante culturele programma’s en de gespreksavonden die ze organiseerden. Je moet je voorstellen dat mijn leefwereld heel klein was. Ik woonde in Hasselt, volgde daar de Normaalschool(*) en ging meteen lesgeven in dezelfde wijk. Ik groeide op in een beschermd milieu en behalve een daguitstap naar de kust of de Ardennen (wij hadden het geluk van een auto doordat pa handelsvertegenwoordiger was), was reizen er in onze kindertijd niet bij. Ik voelde de behoefte om mijn wereld uit te breiden en jongeren te ontmoeten uit andere plaatsen.’ In gedachten zag ik de jonge Cecile in gesprek met leeftijdgenoten uit Nederland, Frankrijk of Italië, maar zij zegt ‘bijvoorbeeld uit Bilzen, Overpelt,…’ Om je horizon te verruimen moe(s)t je de provinciegrens niet over. ‘De gespreksavonden waren boeiend, maar met een groepje van een tiental vrouwen (mannen hadden destijds een aparte groep) wilden we naast dat praten, ook iets ondernemen!’ Actie werd de A uit Akindo.

Plezier en ontspanning: een recht van alle kinderen

‘Doordat de meesten van ons in het onderwijs stonden, zagen we in de jaren ’60 dat sommige gezinnen tijdens de schoolvakanties op reis begonnen te gaan, en dat niet alle kinderen die luxe hadden. Toen ik klein was betekende het woord vakantie nog niet waar gaan we naartoe? Vakantie was niet naar school gaan en vooral thuis plezier maken. Spelen op het ‘koerke’ met broers en zussen, en vriendinnekes. Maar we wisten dat er kinderen waren die zelfs zo’n ontspannende thuisvakantie niet kenden. Soms omdat ze niet eens een thuis hadden, en het jaar rond in een zogeheten ‘instelling’ verbleven. Zo kreeg het idee vorm om voor hen iets te doen. Omdat we vonden dat plezier en ontspanning een recht van alle kinderen was.’

In (het woord) Akindo staat het kind centraal

Ze herinnert zich een halve nacht vergaderen over een geschikte naam: ‘Ik weet niet meer welke afkorting we er uiteindelijk aan verbonden, maar wel dat ons vertrekpunt was dat het ‘kind’ centraal moest staan.’ Akindo was geboren.

‘Veel was er niet nodig om in de zomer van 1966 onze eerste vakantieweken te organiseren. De proost(**) van de KJM was de drijvende kracht achter de praktische uitwerking. Hij nam contact op met instellingen waar kinderen met een moeilijke thuissituatie ‘geplaatst’ werden, en ook met onder andere de Wiekslag. Vandaar kwamen dus onze eerste deelnemers.

We mochten een nieuwe vleugel gebruiken van het college in Heusden. Er was niets behalve dat gebouw met een slaapzaal, een keuken, een eetzaal, sanitair en een grote speelplaats, maar het was een succes! Mensen uit de buurt brachten ons groenten uit hun tuin, vrijwilligers kookten, en wij zongen, bedachten de hele dag door spelletjes of lazen voor. Daarbij waren we vastbesloten dat het niet schools mocht zijn (ondanks de locatie en het feit dat we onderwijzeressen waren!). Het enige doel was plezier en ontspanning bieden in een andere omgeving. De kinderen waren heel aanhankelijk, en met één van die eersten heb ik nog lang contact gehad (via kaartjes en brieven) tot ik zoveel jaren later haar dochter bij mij in de klas kreeg. Dat was voor mij een mooi moment.’

Primitief maar vooral huiselijk

‘Voor de 2de editie wilden we een meer inspirerende omgeving, met wat groen en ruimte voor creativiteit. Er geraakten steeds meer mensen betrokken bij ons initiatief, en via-via vonden we de leegstaande directeurswoning van ‘Lommel fabriek’ die we voor een symbolisch bedrag mochten huren, inclusief 4ha bos! Het huis had lang leeg gestaan maar werd dankzij de gezamenlijke inspanning van heel wat vrijwilligershanden tijdens weekends en vakanties, in ijltempo opgeknapt. Er waren kamers, wat voor de kinderen al veel huiselijker was dan een slaapzaal. En huiselijkheid was precies wat we hen wilden geven. Ik herinner me dat de echtgenote van de toenmalige fabrieksdirecteur ons het eerste jaar heeft bezocht, en ze was onder de indruk! Dat was ook meteen de enige ‘inspectie’ die we over de vloer kregen… dat zal nu waarschijnlijk wel anders zijn!

 

In juli 1967 ontvingen we de eerste kinderen in Lommel. Door hedendaagse ogen zal het er primitief hebben uitgezien, maar wij vulden de dagen met bosspel, verstoppertje, verkleedpartijtjes, liedjes zingen, en in de namiddag vaak een wandeling door de Lommelse Sahara met als hoogtepunt een picknick en boterhammen met choco! Ik kan me voorstellen dat je daar vandaag geen kind meer warm voor kan krijgen, nu in bijna elke tuin een schommel en een trampoline staat?’ Ik beloof mama dat we dit samen –wanneer het weer mag- eens met eigen ogen gaan onderzoeken.

We stelden geen vragen, ons enige doel was om hen allemaal een ‘schoon week vakantie’ te geven

‘De meeste kinderen kwamen uit zogeheten instellingen of kindertehuizen, in die tijd meestal gehuisvest in kloosters. Ze werden daar geplaatst om verschillende redenen en leefden op de achtergrond van de maatschappij. Veel mensen waren zich allicht niet eens bewust van hun bestaan. We ontvingen, via OCMW’s, ook kinderen uit arme gezinnen, en uit de mijnstreek de eerste kinderen van andere origine.

 

We moesten er een paar goed in het oog houden, maar eigenlijk waren dat allemaal brave kinderen. Heel dankbaar, aanhankelijk en enthousiast. In die tijd waren kinderen zo opgevoed dat ze een zekere afstand tot volwassenen bewaarden. Ik herinner me niet meer hoe ze ons aanspraken, maar ik denk dat kinderen nu veel mondiger en rechtuit zijn. Vertellen over hun persoonlijke situatie deden ze slechts sporadisch, en we vroegen daar ook niet naar. Ons enige doel was om hen allemaal een ‘schoon week vakantie’ te geven. Ook de nonnekes van de kloosters waren ons daar heel dankbaar voor.’

Aan vrijwilligers nooit gebrek

‘Van in het begin hadden we veel vrijwilligers. Het ging al snel van mond tot mond dat je bij Akindo in een fijne groep terecht kwam. Sommige monitrices bleven dan ook jaar na jaar ‘hangen’, waardoor Akindo een soort familie werd. Wat het met ons deed? Vooral veel deugd van het voor kinderen mogelijk te kunnen maken om te genieten en plezier te maken!’

Wanneer ik mama terloops vertel dat Akindo nog steeds een populaire plek is bij vrijwilligers, zegt ze ‘toch een wonder eigenlijk, dat onze actie van toen al meer dan 50 jaar heeft overleefd. Iemand moet het toch altijd weer overnemen!’ Het stemt haar hoopvol dat ze tegenwoordig meer initiatieven ziet ontstaan voor kinderen die het moeilijk hebben. Dat deze kinderen nu ook zichtbaarder zijn in, en deel zijn van de samenleving, en dat er over hen wordt geschreven. Ook met nieuwe opleidingen is ze blij, zoals ‘sociale readaptatiewetenschappen’ wat de vriendin van haar kleinzoon nu volgt. ‘Vroeger was er alleen kleuterleidster of onderwijzeres en daar leerden we niets over de specifieke noden van kinderen in bijzondere situaties. Hopelijk helpt dat allemaal om meer mensen uit die moeilijke cirkel te trekken, zodat zij hun eigen kinderen later meer mogelijkheden kunnen geven.’

Niemand mag onder een stolp leven

Ik wil nog graag weten wat Akindo voor haar persoonlijk heeft betekend.

‘Ik kreeg een wereld te zien die ik voordien niet kende, en leerde meer noden zien in de maatschappij. Als lerares denk ik dat ik in mijn klas ook bewust meer aandacht ging geven aan bepaalde kinderen. En mijn eigen kinderen probeerde ik vooral niet onder een stolp groot te brengen. Ik denk toch dat dat gelukt is…’.

Ik geef haar de bevestiging die ze met die laatste zin voorzichtig zoekt. Door ons aan te zetten tot lezen en reizen, leerde ze ons (en de honderden meisjes die ze les gaf) op haar beurt dat er vele werelden bestaan naast de onze. En ik bedenk dat ik zonder haar engagement van toen, misschien nu geen verhalen zou schrijven voor Iedereen Verdient Vakantie. Bedankt voor de fakkel, mama. Ik zal hem brandend houden en doorgeven.

 

(*) De normaalschool is een verouderde benaming voor het schooltype waar onderwijzers opgeleid werden
(**) Priester en geestelijke begeleider die een katholieke organisatie inspireert of voor het spirituele aspect van de vereniging zorgt
Foto's: Kristien en Cecile

In gesprek met

Cecile Ochelen werd in december 1939 in Hasselt geboren en was van 1958 tot 1993 gepassioneerd onderwijzeres in het 6de leerjaar van een lagere meisjesschool in de Zegestraat in Hasselt. In die stad kan ze niet rondlopen zonder door oud-leerlingen te worden herkend, en meestal herinnert ze zich dan ook nog de juiste naam. Ze is moeder van 2 en grootmoeder van 5 en probeert iedereen aan het lezen te krijgen. Zij is degene die de bibliotheek boekentips stuurt in plaats van omgekeerd. Na haar pensioen vrijwilligde ze ook lang voor de Wereldwinkel in Zonhoven, waar ze sinds 1973 samen met haar man woont.

Dit verhaal werd gepubliceerd op 29 mei 2020 in de categorie Kinderen.

Kristien Fransen

Neergepend door

Onvermijdelijk aangetrokken tot wat nog niet verteld of niet gehoord werd, wil Kristien Fransen skinny stories helpen groeien tot fat stories, en small talk verleiden tot big talk. En dat daardoor iemand eens een andere kant uitkijkt. Kristien is Storyweaver bij Iedereen Verdient Vakantie.

Copyright © 2020 Steunpunt vakantieparticipatie | Disclaimer | Privacy |