Overslaan en naar de inhoud gaan

Barmhartige mensen laten zich storen

In gesprek met Lore, Marc, Ann en Rachel | 12 maart 2021

‘In het begin zijn de mensen bedeesd. Later ontdekken ze dat er altijd iemand is waarmee ze kunnen praten.’ Dat vertelt Marc, vrijwillig zorgdrager voor het ontmoetingscafé van Welzijnsschakel ’t Opstapje. Luisteren en niks voortvertellen is de drijfveer bij zijn inzet. Dan pas krijg je iets te horen van wat mensen bezighoudt, waar ze zich zorgen om maken, wat er kan gebeuren om het leven wat lichter te helpen maken. Pionier Rachel vult aan: ‘We kennen de verhalen van de mensen. Ook van hen die in het formele hulpverleningscircuit hun weg nog niet vonden. We werken op gevoel. Eerst aanvoelen wat nodig is, en dan doen wat kan.’ Terwijl ik luister naar hen, valt me op hoe hier vanuit er-zijn voor de ander wordt gehandeld. Het doet me denken aan ‘Presentie’*, een zorgzaam ethisch perspectief in de hulpverlening, onderzocht en beschreven door de Nederlandse professor Andries Baert.

In de jaren 90 wilde Andries Baert begrijpen wat goede hulpverleners precies doen wanneer ze zorg bieden aan kwetsbare mensen én daarvoor door hen vertrouwd en gewaardeerd worden. Hij zag drie dingen. Eén: goede hulpverleners zijn met hun hele aandacht en lijf aanwezig bij de ander. Twee: Wat ze vervolgens doen of niet doen, ontstaat uit de relatie met de ander. Mensen kunnen in de relatie laten zien wat ze nodig hebben. Drie: Goede hulpverleners sluiten aan bij de leefwereld, de taal en de logica van de mensen waarvoor ze mee zorg dragen. ‘Barmhartige mensen laten zich storen’, zegt de professor. Ze zijn niet met hun eigen ditjes en datjes bezig. Ze zijn trouw, aanspreekbaar en stoorbaar. Dan concluderen mensen: er is iemand voor mij.

“Tijdsdruk is een illusie. We moeten leren geduldiger worden.”

 Lore, vrijwilliger bij ‘t Opstapje

De vrijwilligers bij ’t Opstapje willen aanspreekbaar zijn, dichtbij en geduldig. Voor de bezoekers aan de tweedehandswinkels en het ontmoetingscafé. En voor elkaar. Zo vertelt Lore, een jonge vrouw met autisme en vrijwillig medewerker: ‘Een verwachting doet mij al dichtklappen. Begrip en inlevingsvermogen geven mij kracht. Ik word hier in mijn waarde gelaten en dan kan ik bijdragen vanuit mijn kwaliteiten. Dat wil ik ook aan anderen geven.’ Ze wil luisteren naar wat de mensen vertellen. Een verandering helpen maken door precies te doen wat ze hier doet: helpen, pogingen doen om samen te werken, aan zichzelf werken. In eigen tempo. Want, zegt ze: ‘Tijdsdruk is een illusie. We moeten leren geduldiger worden.’

De nood groeit

Vrijwilligster Ann, winkelverantwoordelijke in Zelem, verlangt naar het moment dat het ontmoetingscafé weer mag openen. ‘Want dat werd druk bezocht. Mensen vonden er elkaars gezelschap en een luisterend oor bij ons. De nood was voor corona al hoog, en dat zal nu nog meer zijn.’ In de winkel mist ze nu de open tijdsruimte. Omwille van de tijdsbeperking – mensen mogen maximaal een half uur in de winkel zijn en vaak is het aanschuiven buiten – lukt een spontane babbel amper. En dan mist ze kansen om te horen wat nodig is en te doen wat helpt.

“De nood aan contact met andere mensen was altijd al hoog. Dat zal in deze tijd nog meer zo zijn.”

Ann, vrijwilliger bij ‘t Opstapje

‘Maar ook nu kunnen we via de tweedehandswinkel veel betekenen. Voor elk kind dat in armoede leeft en via onze spulletjes wel netjes gekleed naar school, maken we een verschil.’ Ze herinnert zich levendig hoe vroeger een kind in haar klasje werd uitgelachen omwille van zijn schamele kleding. ‘Die ervaringen – en alle pijnlijke herinneringen die daaruit voortkomen – kunnen we kinderen helpen besparen.’ Ook wie financieel amper ruimte heeft, moet kansen krijgen om zelfvertrouwen te hebben. Mooie kleding en een uitstraling horen daarbij. ‘En wat mensen – dankzij de tweedehandswinkel – niet moeten uitgeven aan kleding, kunnen ze besteden aan andere dingen die ze nodig hebben voor een waardig en zo gezond mogelijk leven.’

De winkel als hefboom

De opbrengsten van de tweedehandswinkel dienen om dingen mogelijk te maken waar het zonder niet zou kunnen. Een voorraad mazout of houtpellets bestellen voor een gezin in armoede. Samen winkelen voor hoogstnodige aankopen. Een budgetmeter opladen. Een uitstap op touw zetten voor een gezin met jonge kinderen. Maar dan moet je wel eerst aanvoelen wat er speelt en wat er nodig is. Dat moet je niet met je eigen ditjes en datjes bezig zijn.

En dan zijn er ook mensen bij wie de schaamte zo groot is, de onzekerheid zo verpletterend. Rachel: ‘Ik denk aan een mevrouw die zelf sociaal werker was bij een OCMW ergens in het land. Ze kwam speciaal tot bij ons om anoniem te kunnen zijn. Pas na een paar bezoekjes aan de winkel vertelde ze over haar echtscheiding en de armoede waarin ze verzeild was geraakt. Voor hen willen we er kunnen zijn. Hen kansen bieden, ook via Rap op Stap bijvoorbeeld. Om er toch eens even tussenuit te zijn.’

“Mensen sparen maandenlang om één dagje naar de Zoo te kunnen met de kinderen. Zodat ze niet aan de schuldbemiddelaar moeten vragen of het mag.”

Rachel, vrijwilliger bij ‘t Opstapje

Rachel vertelt dat er mensen zijn die in het begin van het nieuwe jaar komen kijken naar de boeken van Iedereen Verdient Vakantie, een daguitstap kiezen en dan beginnen sparen. ‘Ze sparen dan maandenlang om bijvoorbeeld in oktober één dagje naar de Zoo te kunnen met de kinderen. Zonder toestemming te moeten vragen aan de schuldbemiddelaar. Het vooruitzicht aan die ene uitstap biedt hen perspectief. Dat perspectief en onze aanmoediging hebben mensen nodig.’

Doen wat nodig is

‘Het ontmoetingscafé en de winkels zijn centraal in onze werking’, zegt Rachel nog. ‘Want daar bouwen we relaties op. Daar kunnen we zien wat nodig is. Daar ontmoeten kansen elkaar. En kunnen we – op intuïtief aanvoelen – doen wat we kunnen. ‘Als mensen op hun gemak zijn bij elkaar en bij ons, dan kan er iets bougeren. Anders niet,’ zegt Marc.

Er-zijn dus. Afstemmen. Je kan er alleen maar zijn als je iemand leert kennen. Als je een beetje weet waar iemands leven over gaat. Als je een inkijkje krijgt in de pijn en de onzekerheid. Dat is waar begenadigde sociaal werkers in uitblinken, aldus Professor Baert.

Dat is presentie. Precies dat zie ik hier, in dat bijzondere concept van ’t Opstapje, aan het werk. Helemaal gedragen, beleefd en waargemaakt door vrijwilligers.

* voor een beknopte introductie in Presentie: Presentie -wat is het - uitleg in 10 minuten - YouTube
Lore, Marc, Ann en Rachel

In gesprek met

Lore is een jonge vrouw met autisme. Werk vinden – hoe graag ze het ook zou willen – lukt (nog) niet. Bij ’t Opstapje helpt ze bij het vullen van rekken, kleding sorteren, spullen schoonmaken, de winkel bemannen en telefoontjes beantwoorden. ‘Eigenlijk help ik hier zo veel meer mensen dan ik soms wel besef,’ zegt ze.

Marc draagt vrijwillig zorg voor het ontmoetingscafé van Welzijnsschakel ’t Opstapje. In normale tijden is het café open op donderdag en zondag. Er is koffie, verse soep en op zondag een stukje taart.

Ann kwam bij ’t Opstapje terecht toen ze het als gevolg van een chronische ziekte en een scheiding financieel lastig kreeg. Van het een kwam het ander, en al gauw ging ze de werking als vrijwilliger mee ondersteunen. Momenteel combineert ze haar inzet met mantelzorg voor haar ouders.

Rachel is – samen met haar man Filip – pionier van Welzijnsschakel ’t Opstapje. Ze draagt bij aan de tweedehandswinkel, ondersteunt Filip in het organisatorische werk en staat persoonlijk in voor het Rap op Stap kantoor. Ze bemiddelt daguitstappen en vakanties via Iedereen Verdient Vakantie, gaat soms mee op uitstap met een gezin en organiseert groepsuitstappen.

Dit verhaal werd gepubliceerd op 12 maart 2021 in de categorie Vrijwilligers.

Neergepend door

Griet Bouwen is Storyweaver voor het netwerk Iedereen Verdient Vakantie. Ze houdt van een hartelijk gesprek en stelt graag vragen die een verschil maken. Heb je zelf een verhaal dat je graag deelt? Contacteer onze redactie en zet je verhaal kracht bij.

Copyright © 2021 Steunpunt vakantieparticipatie | Disclaimer | Privacy |